
Hoe je een UV-lamp correct vervangt (zonder problemen)
Het vervangen van een UV-lamp is niet zo simpel als gewoon een lamp vinden die past in het apparaat.
Als je met hoge snelheden drukt, ken je vast de frustratie van een ‘plakkerig’ oppervlak. Het is een nachtmerrie: één moment lijkt alles in orde, maar plotseling werkt de UV-lamp niet meer en heb je te maken met verspilde materialen. Dat gebeurt meestal doordat de golflengte of de warmtestroom niet optimaal is.
We sturen geen willekeurige onderdelen mee, maar kijken eerst naar de chemicalie van je inkt en de snelheid waarmee je drukt. Op deze manier zorgen we ervoor dat het onderdeel echt past bij jouw apparatuur.
De balans tussen vermogen en hitte
Bij het kiezen van een UV-lamp moet je een soort evenwicht vinden. Meer vermogen geeft inderdaad meer fotonen, waardoor de inkt sneller wordt geactiveerd. Maar er is een nadeel: al dat vermogen in een klein gebied zorgt voor veel hitte. Als je koelventilatoren of waterkoelingen dit niet aankunnen, ga je problemen krijgen. Je kunt dan beslag krijgen op het materiaal of kan de lamp eerder kapotgaan. Het is een kwetsbaar evenwicht.
Details: glas en verbindingen
Wij hechten veel waarde aan de kwaliteit van het kwarts en de elektroden. Goedkwaads kwarts is een valkuil: onder intensieve UV-C-straling wordt het troebel en blokkeert het het licht. Het is net alsof je probeert met een zaklamp licht door een vertroebeld raam te sturen. Wij gebruiken hoogzuiver gefuseerd kwarts om dit te voorkomen.
Verder zijn de verbindingen belangrijk. Of het nu gaat om R7’s of andere connectoren, deze moeten stevig zijn. Als ze niet goed passen, ontstaat er kortsluiting. En kortsluiting kan leiden tot schade aan de lamp.
Het is meer dan alleen een ‘drop-in’-onderdeel
Een vervangende UV-lamp werkt alleen als de golflengte goed past bij je fotoinitiatoren. Als je recentelijk van inkt bent veranderd, maar nog steeds de oude lampen gebruikt, verspil je waarschijnlijk veel energie. Of erger nog: de inkt wordt niet goed geactiveerd. We bekijken eerst de snelheid waarmee je drukt en de dikte van de inkt. Misschien heb je een galiumgehalte nodig in de inkt, of moet je de vermogensdichtheid aanpassen. Het doel is dat de inkt overal even goed wordt geactiveerd, niet alleen op één plek.